Station: [3] Koffie en kolonialisme
Lange tijd kwam koffie uitsluitend uit Jemen naar Europa, omdat het verboden was om koffieplanten of -vruchten van de plantages te halen op straffe van de dood. Bovendien konden de geëxporteerde koffiebonen na verwerking niet meer ontkiemen. Dit betekende dat niemand zijn eigen koffie kon verbouwen.
Hierdoor slaagden de Arabieren erin om bijna 300 jaar lang hun koffiemonopolie te behouden.
Pas halverwege de 17e eeuw konden Nederlandse handelaren koffieplanten bemachtigen en deze naar de Nederlandse koloniën in Indonesië brengen om ze daar te planten. Na verloop van tijd verkregen ook alle andere koloniale machten koffieplanten. Slaven werden verhandeld en gedwongen om op de plantages te werken voor de teelt en distributie van koffie.
De erfenis van het Europese en Duitse kolonialisme is vooral duidelijk in de term kiboko. Tot op de dag van vandaag wordt gedroogde groene koffie in Oost-Afrika kiboko genoemd. Het is ook de naam van de nijlpaardzweep die werd gebruikt om de slaven op de koffieplantages te slaan.
Het slaan met de kiboko werd aanbevolen en gereguleerd in het Duitse koloniale lexicon van 1921 als een maatregel voor de “culturele verheffing van inboorlingen”.
Koffie wordt nu verbouwd in ongeveer 75 landen, waarvan de meeste rond de evenaar liggen.

