Station: [15] De salon van de koningin
U bevindt zich in de Salon van de Koningin, een van de meest prachtige zalen van het kasteel. Al bij binnenkomst springt het rijkelijk vergulde cassetteplafond in het oog. Ook de vloer is bijzonder kostbaar. Deze bestaat uit vijf houtsoorten: esdoorn, eik, kersenhout, walnoot en mahonie. Vanwege de kleur van de gestoffeerde meubels wordt deze zaal ook wel de Blauwe Salon genoemd.
De salon diende voor koningin Augusta, de latere keizerin, als woon- en werkkamer. Haar portret ziet u rechts van de schoorsteenspiegel. Ook de initiaal A verwijst naar Augusta. Deze siert afwisselend met de adelaar de goudkleurige muren, die met sjabloontechniek zijn beschilderd. Rechts van Augusta is haar echtgenoot Willem I afgebeeld.
Links van de schoorsteenspiegel ziet u de portretten van het tweede Duitse keizerpaar. Te zien zijn keizer Frederik III, de zogenaamde ‘99-dagen-keizer’, en zijn echtgenote keizerin Victoria. Zij was de oudste dochter van de Britse koningin Victoria. Na de dood van haar echtgenoot in het jaar van de drie keizers, 1888, noemde ze zichzelf keizerin Frederik. Victoria was bovendien een begaafd kunstenares. Dat blijkt uit het portret van haar zoon prins Waldemar, dat ze zelf heeft geschilderd. Het hangt boven het neogotische schrijfbureau.
Het laatste portretpaar vindt u links en rechts naast de erker die uitkijkt op de binnenplaats. Het toont het derde en laatste Duitse keizerpaar: keizer Wilhelm II en zijn echtgenote keizerin Auguste Victoria uit het huis Schleswig-Holstein-Sonderburg-Augustenburg.
Als u nu uw blik omhoog richt, ontdekt u in de fries onder het plafond ronde portretten. Deze tonen de echtgenotes van de Brandenburgse keurvorsten uit het huis Hohenzollern. Deze reeks maakt duidelijk hoe belangrijk een doelgericht huwelijksbeleid was voor de opkomst van dynastieën. Een beroemd voorbeeld uit recentere tijden is het huwelijksbeleid van koningin Victoria van Engeland, de moeder van keizerin Victoria. Vanwege de voordelige huwelijken van haar kinderen werd zij ook wel de ‘grootmoeder van Europa’ genoemd.
En dan is er in deze zaal nog een kleine verrassing. Heeft u de blauwe vogel voor de erker al ontdekt? De blauwe ara fascineerde de mensen al in de 18e en 19e eeuw. Vooral in adellijke salons waren deze prachtige dieren erg geliefd. In de zomer van 1849 ontving de latere keizerin Augusta een blauwe ara als kostbaar geschenk van prins Pückler. Augusta was toen nog Pruisische prinses en nam de vogel mee naar Koblenz. De ara werd een dierbare kamergenoot voor haar. Ze genoot van zijn aanhankelijkheid en was trots op dit prachtige dier. Toen hij in het voorjaar van 1855 stierf, raakte dat haar diep. Aan prins Pückler schreef ze: „Ik moet bekennen dat de tranen me in de ogen sprongen“.
Als u verder wilt gaan, leidt de met rood fluweel beklede deur u nu naar de ontvangst- en voorkamers.

