Station: [29] Kasematten
Tijdens belegeringen dienden de kazematten als schuilplaatsen voor de bezetting van het kasteel. Tegelijkertijd werden ze gebruikt als verblijfplaats voor de wachtploegen. Ook wapens en munitie werden hier opgeslagen. Als u goed rondkijkt, ziet u in deze ondergrondse ruimtes bovendien muren en funderingen van de twee voorgaande bouwwerken. Deze zijn bij de herbouw van het huidige kasteel geïntegreerd.
En dan komt u hier beneden nog iets anders tegen: de legende van de Witte Vrouw, de huisgeest van de Hohenzollerns. Ze zou al ontelbare keren aan mensen zijn verschenen. Sluipend, zuchtend, kreunend. En, zo wordt gezegd, vergezeld van een vreselijke, muffe geur. Het liefst laat ze zich ’s nachts zien. Meestal wordt ze beschouwd als een onheilspellende boodschapper. Ze kondigt de naderende dood van een lid van het huis Hohenzollern aan. Wie haar zag, hield van afgrijzen de adem in. Zo vertelt de overlevering het. Want er zou een ijzige kou van haar zijn uitgegaan.
Florence Over wie deze Witte Vrouw was, lopen de meningen uiteen. Eén versie vertelt over het tragische liefdesverhaal tussen gravin Kunigunde von Orlamünde en de Neurenbergse burggraaf Albrecht de Schone. Twee paar ogen stonden hun verbintenis in de weg. De gravin vatte dit op als een verwijzing naar haar kinderen uit haar eerste huwelijk en doodde hen. Maar in werkelijkheid waren de ouders van de burggraaf bedoeld, die niet met de relatie wilden instemmen. Na deze gruwelijke daad keerde Albrecht zich van Kunigunde af. Gekwetst door de afwijzing achtervolgt ze, zo wordt verteld, tot op de dag van vandaag de Hohenzollerns.
Zelfs tijdens een belegering maakte men gebruik van deze angst. De jonge maagd uit het Steinlachtal, die in de bibliotheek is afgebeeld, maakte gebruik van de legende van de Witte Vrouw en de angst die de mensen voor haar hadden, om ongehinderd de belegerde burcht binnen te dringen.

