Station: [3] Frederik de Grote en de muziek (nr. 22 & 23)
Hier ziet u twee fluiten uit de collectie van koning Frederik II, beter bekend als Frederik de Grote of ook wel als de Oude Fritz.
Deze waarschijnlijk beroemdste Pruisische koning had, in tegenstelling tot zijn vader, aanvankelijk helemaal geen militaire aanleg. In plaats daarvan legde hij zich liever toe op de schone kunsten. Vooral muziek lag hem na aan het hart.
Frederik was een gepassioneerd fluitist. Hij speelde graag samen met professionele artiesten. Hij kreeg onder andere les van Johann Joachim Quantz. Van dezezelfde Quantz is ook de traversfluit van ebbenhout en zilver afkomstig, die u hier in de vitrine onder nummer 22 ziet. Een document dat in het etui bewaard is gebleven, bewijst dat deze fluit uit de persoonlijke bezittingen van de koning afkomstig is.
Daarnaast ziet u de tweede fluit, nummer 23. Deze is gemaakt van ivoor. Hij werd rond 1750 in Londen vervaardigd. Voor de koning was het een waardevol representatie-instrument.
Frederik II speelde niet alleen fluit. Hij componeerde ook zelf. Hij schreef 121 fluitsonates, vier fluitconcerten en twee symfonieën. Deze cijfers laten zien hoe belangrijk muziek in zijn leven was.
Frederiks voorliefde voor muziek is vooral bekend geworden door een beroemd schilderij van Adolph von Menzel uit 1852: het „Fluitconcert van Frederik de Grote in Sanssouci“. Tegenwoordig bevindt het zich in de Alte Nationalgalerie in Berlijn. Het schilderij heeft het beeld van Frederik als musicerende koning sterk bepaald.
En toch is het de moeite waard om nog eens goed te kijken. Want de scène die Menzel weergeeft, is fictief. Frederik speelde weliswaar regelmatig eigen composities voor zijn gasten vóór het avondeten. Maar juist dit moment is geen vastgelegde werkelijkheid, maar een artistieke voorstelling.
Juist dat maakt de twee fluiten hier zo aantrekkelijk. Ze nemen u niet mee naar een geschilderde scène, maar brengen u heel dicht bij het persoonlijke muziekleven van de koning.

