Station: [11] De Daily Telegraph-affaire


Hier ziet u een karakterstudie van Philip László, waarop keizer Wilhelm II is afgebeeld. Het schilderij ontstond kort na de zogenaamde Daily Telegraph-affaire. Dit schandaal leidde bij Wilhelm tot een zenuwinzinking. Zijn dochter Viktoria Luise, aan wie het schilderij later toebehoorde, zei bij de eerste presentatie van het schilderij: „Eindelijk papa en niet de keizer.“

Om de impact van dit portret te begrijpen, is het de moeite waard om even naar de aanleiding te kijken. Op 28 oktober 1908 publiceerde de Britse krant Daily Telegraph een gesprek met Willem II. Om precies te zijn: kolonel Edward Montagu-Stuart-Wortley had verschillende privégesprekken met de keizer samengevat tot een fictief interview en dit aan de krant overhandigd.

Willem sprak met Wortley tijdens een vakantie in Highcliffe Castle in Zuid-Engeland. Hij was een kleinzoon van koningin Victoria en Engels was zijn tweede moedertaal. Het manuscript werd ter bevestiging naar Berlijn gestuurd. Omdat Willem met zijn ondiplomatieke manier van doen al vaker in opspraak was geraakt, had hij dergelijke controles aan zijn regering overgelaten.

Eigenlijk had rijkskanselier Bernhard von Bülow de tekst moeten controleren. Maar hij was op vakantie op Norderney. Ook zijn perschef Otto Hammann was afwezig. Zo kwam het artikel terecht bij een ondergeschikte ambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken, die het goedkeurde. Of Bülow het interview werkelijk niet heeft gelezen, is in de wetenschap omstreden.

De verontwaardiging liet niet lang op zich wachten. Vooral vier uitspraken van de keizer zorgden voor opschudding. Hij stelde zich voor als een vriend van Engeland, die in het Duitse Rijk tot een Engeland-vriendelijke minderheid behoorde. Hij beweerde dat hij een Russisch-Frans optreden tegen Engeland in de Boerenoorlog had afgewezen en dit ook aan koningin Victoria had meegedeeld. Hij zei bovendien dat een door hem ontworpen gevechtsplan de Boerenoorlog had gewonnen. En ten slotte verklaarde hij dat de Duitse vlootbouw niet tegen Engeland was gericht, maar tegen de staten in het Verre Oosten.

Deze uitspraken werden beschouwd als aanmatigend en diplomatiek tactloos. Velen waren ontzet over het slijmen bij Engeland, over de indiscretie en over het openlijke onvermogen van het regeringsapparaat. Midden in de crisis reisde de keizer ook nog eens naar Donaueschingen om te jagen. Dat verergerde de situatie.

Het schandaal mondde uit in een staatscrisis. De rijkskanselier bood zijn ontslag aan. Delen van het publiek eisten zelfs de troonsafstand van Wilhelm. Ook kringen die trouw waren aan de keizer bekritiseerden nu openlijk zijn persoonlijke heerschappij. Zij eisten dat de keizer zich zou beperken tot de rol van een gematigd optredende constitutionele monarch.

De affaire had gevolgen. In de Rijksdag en in de publieke opinie waren alle politieke partijen verontwaardigd over de keizer, zelfs de conservatieven. Bülow nam afstand van Wilhelm. Deze verdeeldheid leidde uiteindelijk tot het ontslag van Bülow. Ook Wilhelm zelf trok bepaalde consequenties. Na dit schandaal hield hij zich duidelijk terughoudend met oorlogszuchtige uitspraken.

Juist tegen deze achtergrond maakt het beeld zo’n indringende indruk. Het toont niet alleen de heerser in crisis. Het laat ook de mens achter de rol zichtbaar worden.